|
Nu zij
er niet meer zijn
Je kunt tranen laten omdat zij er
niet meer zijn
of je
kunt glimlachen omdat zij hebben geleefd
Je kunt
je ogen sluiten en bidden dat ze terug komen
of je kunt je ogen openen en alles zien wat zij achterlieten
Je hart kan leeg zijn omdat je hen niet meer
ziet,
of je hart kan vol zijn van de liefde die je deelde
Je kunt je rug naar morgen keren en leven in
het verleden,
of je kunt morgen gelukkig zijn om het verleden dat je deelde
Je kunt hen herinneren en
stilstaan bij het feit dat zij er niet meer zijn,
of je kunt de herinneringen aan hen koesteren en laten voortleven.
Je kunt huilen en je verstand uitsluiten en jezelf afsluiten,
of je kunt doen wat zij gewild zouden hebben:
"Glimlachen, je ogen openen, liefhebben en doorgaan met leven."
We ontsteken 7 gekleurde kaarsen:
zeven kleuren van de tijd van leven van hen die gestorven zijn.
De groene kaars vertelt ons van de hoop en de verwachting,
die er in hun leven was: hun dromen, hun toekomst, de plannen die ze maakten.
De zwarte kaars vertelt ons van de dagen van verdriet en rouw, de momenten
waarin
hun leven bepaald werd bij verlies, ziekte en rouw; de momenten waarop zij dagen
beleefden als nachten.
De blauwe kaars vertelt van de trouw die zij in hun leven ontvingen: van ouders,
partners, mensen om hen heen; vertelt ook van de trouw die zij zelf aan anderen
hebben
betoond.
De paarse kaars vertelt ons van momenten van hun leven, waarop ze tekort
schoten;
momenten dat ze voelden, dat ze de ander tekort deden; maar ook van momenten van
onmacht: dat ze niet konden zijn die ze graag wilden zijn.
De rode kaars vertelt ons van de Iiefde in hun leven: de liefde die ze ontvangen
hebben
en de Iiefde die ze hebben kunnen doorgeven.
De gele kaars vertelt ons van de momenten waarop het niet lukte om onbevangen
met
zichzelf en anderen om te gaan: gevoelens van boosheid, van afkeer, van woede;
vertelt
ook van de keren dat ze gekwetst werden.
De witte kaars vertelt ons van de vreugde, die ze in hun leven hebben gekend; de
momenten waarop ze van het leven hebben kunnen genieten, de goede tijden: de
Iieve
mensen om hen heen, de natuur, sport, muziek; verteIt ook van de momenten dat ze
helemaal zichzelf konden en durfden te zijn en tot hun recht konden komen.
Zo was hun leven gekleurd: gekleurd door goede en minder goede tijden, door
tijden van
hoop en van teleurstelling; door tijden van verdriet en van liefde en vreugde.

Nu wordt het stil
Wij moeten verder,
de wereld gaat gewoon zijn gang
maar niet voor ons,
de zon schijnt bIeker,
de nachten duren veel te lang.
Je plaats is leeg
maar niemand zal er
doen alsof jij niet bestaat.
We zien je niet
maar toch: je bent er
omdat zoveel nog van je praat:
de lege stoel
je dichte boeken
en de verhalen die er gaan.
J e hoort bij ons
waar je ook heen gaat,
bij ons bIijf je voorgoed bestaan.
Voor wie gestorven is
Blijf geborgen in je naam.
Wees als een mens gezegend,
om wat je hebt gezegd,
om wat er is verzwegen.
De rafels van je hart
omdat je bent gesleten.
Om je wezen, zwak en sterk.
Leven is een mensenwerk.
Blijf geborgen in je naam.
Wees als een mens gezegend
om wat je hebt gedaan,
om wat is nagelaten.
Wat soms is misgegaan,
de scherven die we maakten.
Onvermijdelijke pijn
voor wie mensen moeten zijn
Blijf geborgen in je naam.
Wees als een mens gezegend
om je vasthoudendheid,
de angsten in het donker,
de pijnen in je lijf
en je geloof in morgen.
Wisselvallig is de tijd
voor wie mensen kunnen zijn.
Blijf geborgen in je naam.
Wees als een mens gezegend
om wie je hebt getroost,
gedragen in gedachten.
Je liefde en je hoop,
de keren dat je lachte.
Alle zegening en heil
van wie mensen mogen zijn.
Blijf geborgen in je naam. Wees als een mens gezegend
om heel je reisverhaal met alle mensenfouten, 0m vriendschap en begrip,
en ongeschokt vertrouwen. Om het leren mettertijd van de naam "Ik zal er zijn".
Blijf geborgen in je naam
wees als een mens gezegend
Ze verjaren niet
Wie je liefhad,
Wie je verwachtte,
Wie op jou wachtte:
Je vader of moeder,
Je kind hoe klein ook,
Je maatje,
Je steun en tegenwicht,
Je inspiratie en weerstand,
Je vriendin voor het leven,
Je vriend in voor- en tegenspoed.
Die een broer of zus voor je was.
Wie je liefhad,
Wie je leven veranderd heeft,
Wie jou anders maakte.
Wie je nu missen moet:
Ze verjaren niet.
Het is niet 'al zo lang geleden',
'AI zoveel weken geleden',
'AI weer een half jaar',
'AI jaren geleden',
'Voorbij en van gisteren':
Nee, ze zijn nog altijd bij je.
Soms alsof ze nog gisteren
Met je spraken.
Jij spreekt nog met hen.
Ze verjaren niet.
Ze zijn er als ze er niet meer zijn.
Ze zijn er als je ze nog zo graag
erbij had gehad.
Ze zijn er als je zegt:
"Als ze dit ziet of had kunnen zien,
wat zou ze trots zijn geweest."
Ze verjaren niet.
Ze gaan met jouw jaren mee.
Jaar in, jaar uit.
|